Nieuws: 04 Oct 2016

" alt="">

Wijziging Arbowet stap in goede richting

De wijziging van de Arbowet geeft de bedrijfsarts een grotere rol bij preventie. Het is een stap in de goede richting, al is er nog wel ruimte voor verbetering.

In de goeie ouwe tijd liep een bedrijfsarts door de fabriek. Praatte eens met Harry over het werk aan de lopende band en met Kees in het magazijn over zijn rugpijn. Rik Menting, voorzitter van het bestuur van PreventPartner en zelf ook bedrijfsarts, betreurt het dat een groot deel van het werk van de bedrijfsarts zich nu ver van de werkvloer afspeelt. “De praktijk is zo dat de bedrijfsarts zich op afstand bezighoudt met de verzuimbegeleiding. Hij kent daardoor de arbeidscontext onvoldoende.”

Vrije toegang tot de werkvloer
Een van de voorgestelde wijzigingen in de Arbowet is de vrije toegang tot de werkvloer voor de bedrijfsarts. Het is onderdeel van het streven om de adviserende rol van bedrijfsartsen te versterken. De nadruk in de bedrijfsgeneeskundige zorg moet meer op preventie komen te liggen.
Menting is daar blij mee. “Die toegang is er nu niet. Ik hoop wel dat bedrijfsartsen daar nu gebruik van maken. Aan de ene kant is het nu ook een economische kwestie: een werkplek bezoek kan je vaak niet in rekening brengen, dus met een spreekuur verdien je meer geld. Aan de andere kant is het ook een professioneel ethisch dilemma: hoe wil je je werk doen? Als deze gewijzigde Arbowet ingaat, is de keuze makkelijker, want dan kun je ook het bezoek aan de werkvloer gewoon in rekening brengen bij de werkgever.”

Meer aandacht voor preventie
Een wijziging van de Arbowet komt niet zonder slag of stoot tot stand. Toen het kabinet de eerste versie ter consultatie publiceerde, lobbyde de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) voor meer aandacht voor preventie. Het voorstel dat nu door de Tweede Kamer is aangenomen noemt Menting een stap in de goede richting.

Verantwoordelijkheid ligt bij werkgever
Dat zit hem ook in de vrije toegang van werkenden tot de bedrijfsarts. “In de eerste versie was de preventie geregeld via de vrije toegang tot het spreekuur voor werkenden en de toegang tot de werkplek voor de bedrijfsarts. Dat was heel individueel. Het initiatief lag bij de werknemer. Een bedrijfsarts moet zich actief kunnen bemoeien met het bredere preventiebeleid. Nu is de preventieve taak van de bedrijfsarts expliciet toegevoegd; ook is aangegeven dat hij hier kan/moet samen werken met de andere arbo-kerndeskundigen.”
De zorg zit hem in de uitwerking, zegt Menting. “Ook onder de gewijzigde Arbowet blijft de verantwoordelijkheid bij de werkgever liggen. Je kunt als bedrijfsarts adviseren tot je een ons weegt, maar als de werkgever niets met dat advies doet, houdt het op.”

Aandachtspunten voor contract
Wanneer een werkgever zijn hakken in het zand zet, zijn de handen van de bedrijfsarts feitelijk gebonden, erkent Menting. “De vraag is hoe lang en hoe diepgaand je moet adviseren. Dat is een aandachtspunt voor het contract tussen een werkgever en een arbodienst of een vrijgevestigde bedrijfsarts. “Je moet criteria formuleren en een escalatiemoment hebben. Bijvoorbeeld wanneer je drie keer tevergeefs advies geeft over een situatie die schade berokkent.”

Zeurende bedrijfsarts wordt ingeruild
Te vaak is het zo dat een werkgever besluit een ‘zeurende’ bedrijfsarts in te ruilen voor eentje die minder lastig doet. En zelfs als een bedrijfsarts een flagrante schending van de regels heeft geconstateerd, kan hij niet zelf naar de Inspectie SZW stappen. Daar verandert ook de gewijzigde Arbowet niets aan. Menting: “In Frankrijk heeft een bedrijfsarts het recht om een lettre d’alerte te schrijven naar de arbeidsinspectie, mits hij de werkgever daarover informeert. Maar in Nederland is de bedrijfsarts nog geen gesprekspartner van de Inspectie.”

Medezeggenschap is belangrijke partner
De medezeggenschap is daarom een belangrijke partner voor de preventieve taak van de bedrijfsarts, zegt Menting. Een ondernemingsraad kan wél melding doen van gevaarlijke of ongezonde situaties. Daar zit echter wel een spanningsveld, weet hij. De ondernemingsraad kan immers in een lastig parket raken wanneer hij moet kiezen tussen maatregelen en het belang van de organisatie.
Hoe dan ook ligt er een duidelijke taak voor de ondernemingsraad als het gaat om arbeidsomstandigheden, en de wijziging van de Arbowet versterkt dit. De ondernemingsraad had al instemmingsrecht bij de vaststelling van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), en krijgt dit nu ook bij de aanstelling van de preventiemedewerker.

Positie preventiemedewerker versterkt
Een charmante wijziging, noemt Menting dit. “De ondernemingsraad heeft een actieve rol bij het adviseren over arbeidsomstandigheden. Dit instemmingsrecht versterkt ook de positie van de preventiemedewerker. Dit was vaak een toegeschoven rol en het was niet altijd duidelijk welke taken de preventiemedewerker binnen de organisatie uitvoerde. Dit moet een werkgever nu beter onderbouwen in zijn instemmingsaanvraag voor de ondernemingsraad.”

Geen stimulans voor preventief onderzoek
Minder gecharmeerd is Menting van het feit dat er in de gewijzigde Arbowet geen extra stimulans is ingebouwd voor preventief onderzoek in de vorm van de pago (Periodiek Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek). “In de arbeid bestaat er een groot aantal risico’s waarbij vroege opsporing van groot belang is. Denk aan depressies, fysieke belasting, sensibiliserende stoffen waardoor mensen allergieën oplopen. In de Arbowet staat dat de werkgever verplicht is onderzoek aan te bieden. Een paar jaar geleden werd daar vaak een heel uitgebreid medisch onderzoek aan gehangen, waarvan ook de bedrijfsartsen zeiden dat dat niet nodig was. Maar het gevolg is dat er nu bijna helemaal geen onderzoek meer wordt gedaan. Ik hoop dat de bedrijfsartsen strakker gaan adviseren op onderzoek en hun preventieve taak oppakken door voor elke organisatie waar zij zorg aan leveren ook een PAGO-advies op te stellen op basis van de actuele risico-inventarisatie. Maar daarvoor staat geen stimulering in de gewijzigde Arbowet.”

Bron: Arbo Online